Organisatie in de groep

Dagindeling
In groep 3 t/m 8 werken we met weektaken. De leerlingen van groep 3, 4 en 5 krijgen op maandagochtend hun nieuwe weektaak. Alle vakken staan aangegeven met behulp van plaatjes. Zo kunnen leerlingen uit groep 3 ‘lezen’ hoe de dag eruit gaat zien. Naast alle vakken staan ook thema’s en bijzonderheden aangegeven. Denk bijvoorbeeld aan het thema voor levensbeschouwelijke vorming, verjaardagen en extra leesmomenten.
Vakken die dagelijks worden gegeven zijn rekenen, taal, lezen en schrijven. Wanneer de leerlingen hun taken af hebben kiezen ze een klaaropdracht of maken ze eerder gemaakt werk af. 

Werkwijze
Aan het begin van de dag licht de leerkracht de taken toe. Instructiemomenten volgen elkaar snel op, waardoor een goede planning noodzakelijk is. Groep 3 krijgt aan het begin van elke nieuwe taak een korte instructie, zodat zij ook zelfstandig verder kunnen werken. Alle taken worden in het eigen lokaal gemaakt, met uitzondering van bepaalde opdrachten. Het oranje lokaal biedt plaats aan leerlingen die gaan samenwerken aan een taak. 

Naast de vaste jaarschema’s van onder andere rekenen (en taal in groep 3), werken we bij taal, spelling en woordenschat in groep 4 en 5 in blokken van 3 weken. Na 9 weken hebben we 3 stopweken, waarin we de bezig gaan met herhaling en verdieping ‘op maat’. Ook is er dan ruimte voor een project.

Hulpmiddelen
In de klas werken wij met een aantal hulpmiddelen.

De dobbelsteen
Alle leerlingen hebben een dobbelsteen op hun tafel. Geen dobbelsteen met de welbekende ogen, maar een dobbelsteen met 3 verschillende tekens, namelijk:
De groene stip: dit betekent dat diegene bereid is om andere leerlingen te helpen. Leerlingen kunnen naar zijn of haar tafel lopen en een vraag stellen.
De rode stip: dit betekent dat diegene niet gestoord wil worden tijdens het werken.
Het vraagteken: dit betekent dat na de onderlinge hulp de leerkracht nodig is om het probleem op te lossen. De leerlingen maken eerst opdrachten die ze wél begrijpen. De leerkracht loopt ondertussen door de klas en biedt hulp waar dat nodig is.

De sfeermeter
Op de sfeermeter staan de getallen 1 t/m 10. Wanneer de sfeer in de klas goed is, schuift de leerkracht de magneet omhoog. Wordt er niet goed gewerkt, niet geluisterd of wordt er geklierd in de klas, dan schuift de leerkracht de magneet naar beneden. De leerlingen weten dan meteen wat er aan de hand is en reageren hier ook naar. Onder andere op deze manier bewaren we samen een fijne sfeer in de klas.

Het luisterteken
Wanneer de leerkracht de aandacht wil, bijvoorbeeld aan het begin van een dagdeel, steekt hij zijn hand omhoog en vormt met zijn wijsvinger en duim een L. De leerlingen die dit zien steken ook hun hand op en stoppen met praten. Al snel geeft iedereen het luisterteken en kan de leerkracht het woord nemen.

 

Hulpmiddelen op maat

En dan zijn er ook nog hulpmiddelen die we inzetten bij kinderen die daar een specifieke behoefte aan hebben. Denk aan een wiebelkussen voor beweeglijke leerlingen, een getallenlijn of letterkaart op het tafeltje van een leerling of bijvoorbeeld een kleurenklok of kleurenhorloge om tijd af te bakenen. Hulpmiddelen op maat worden in overleg met de leerling zelf, met de leerkracht, met ouders en/of de Intern Begeleider ingezet. 

 

Methodes
Taal – Spelling - Woordenschat
In groep 3 werken we met de 2e maan-versie van Veilig Leren Lezen.
In groep 4 en 5 werken we voor taal, spelling en woordenschat met Taal Actief.

Technisch en Begrijpend Lezen
We gebruiken in groep 4 t/m 8 de methode Estafette Nieuw voor het Voortgezet Technisch Lezen. Begrijpend Lezen wordt gedaan met behulp van de Kidsweek Krant, een methode die de kerndoelen van het begrijpend lezen koppelt aan de actualiteit.

Rekenen
In alle groepen maken we gebruik van PlusPunt en de daarbij behorende software.

Schrijven
In alle groepen werken we met ‘Pennenstreken’. In groep 3 sluit deze methode aan op de aangeleerde letters (letterversie) en woorden (woordversie) van Veilig Leren Lezen.

Wereldoriëntatie
Voor geschiedenis gebruiken we in alle groepen de methode ‘Bij de Tijd’. Aardrijkskunde wordt gegeven uit de methode ‘Een wereld van verschil’ en Biologielessen komen uit de methode ‘Leefwereld’.

Levensbeschouwelijk Onderwijs en Sociale Vaardigheidstraining staan ook wekelijks op het programma. Hiervoor maken we gebruik van de methodes ‘Trefwoord’ en de ‘Kanjertraining’.

Bewegingsonderwijs wordt gegeven aan de hand van “Basislessen Bewegingsonderwijs”.

 

Computergebruik 

In het lokaal staan 4 computers, waar intensief gebruik van gemaakt wordt. Zo oefenen de kinderen van groep 4 en 5 de spellingwoorden via het programma Ambrasoft, oefenen de kinderen van groep 3 het Technisch Lezen aan de hand van de software die hoort bij de methode Veilig Leren Lezen, en oefenen de kinderen van groep 4 en 5 o.a. de tafels van vermenigvuldiging via het eerdergenoemde programma Ambrasoft. In dit programma kan ook "maatwerk" ingesteld worden, waarmee een kind op een bepaald vlak extra ondersteuning en oefening krijgt.

Voor alle groepen is ook de software, behorend bij de rekenmethode PlusPunt een veelgebruikt programma. Dit programma kan ook op diverse niveaus ingesteld worden.

Nieuw dit jaar is de software van Agteres, een digitale atlas. Hiermee kunnen kinderen zelfstandig oefenen op Topografie. In de loop van het jaar zal dit programma steeds vaker ingezet worden.

Kinderen van groep 5 leren ook omgaan met een tekstverwerkingsprogramma (Word) en met PowerPoint. Deze programma's moeten ze namelijk gebruiken bij het maken van een werkstuk en een spreekbeurt.