Groep 6, 7 en 8

Dagindeling
In groep 6,7 en 8 werken de leerlingen aan de hand van een weektaak. Hierop staat per dag aangegeven welke vakken zij hebben en hoe lang ze er mee bezig mogen zijn. Leerkracht gebonden lessen worden aangegeven met LK.
Elke dag begint met het bekijken van de weektaak. Daarna gaat iedereen aan het werk. Wie klaar is gaat aan de slag met herhalings- of verrijkingsopdrachten.
Na elke pauze beginnen we met een gezamenlijke activiteit, bijvoorbeeld zingen, een gesprek of een extra instructie.

Werkwijze
Bij sommige taken moeten leerlingen samenwerken. Dit doen ze in het oranje lokaal. 
Leerlingen leren veel van elkaar, maar er zijn ook momenten waarbij zij zelfstandig een taak moeten uitvoeren. Belangrijk is dat ze hun werk goed nakijken. De leerling wordt bewust gemaakt dat je verschillend moet omgaan met leerstof die je goed beheerst en leerstof die je nog moeilijk vindt.

Middelen
Voor alle vakken gebruiken wij een methode. De methode is de basis van het lesprogramma en garandeert een doorgaande ontwikkelingslijn voor de leerling. De methodes bieden voldoende mogelijkheden om rekening te houden met verschillende niveaus binnen de groep. Wij gebruiken moderne methodes.

Een belangrijk hulpmiddel is de computer. Leerlingen hebben de mogelijkheid om vaardigheden op het gebied van rekenen, taal en wereldoriëntatie te oefenen op de computer. Bijvoorbeeld het automatiseren van de tafels, het oefenen van klokkijken, de werkwoordspelling of het oplossen van verkeersproblemen. Veel programma’s op de computer zijn een onderdeel van de lesmethodes waarmee wij werken. Daarnaast wordt de computer ook gebruikt voor het leren van toetsenbordvaardigheden, het opzoeken van informatie, het schrijven van werkstukken en het maken van taallessen.

Bijzonderheden
Drie keer per week vindt een kringgesprek plaats in het kader van de Kanjertraining. Tijdens deze gesprekken worden de kinderen bewust gemaakt van diverse aspecten van sociaal-emotionele vorming, zoals het geven en ontvangen van complimenten of het omgaan met gevoelens. Deze activiteiten worden meestal afgesloten met een "vertrouwensoefening", waarbij (een klein groepje) kinderen een activiteit doen waarbij ze op de ander(en) moeten vertrouwen (bijvoorbeeld "strijkplankje"), of waarbij ze moeten samenwerken om een goed resultaat (bijvoorbeeld "de knoop").
Bij de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en biologie speelt de beleving en de verbeelding van de kinderen bij wat ze leren een grote rol. Hier wordt op ingespeeld door het kijken naar een passend school televisie programma of het maken van een excursie.